Ga naar inhoud

Het utopisme van de drugsbestrijding

Egbert Tellegen | Nederlands | 347 pagina's
€ 9,90

Helaas, dit e-book is niet beschikbaar

Dit e-book is niet beschikbaar. Kies hierboven, indien van toepassing, een andere variant

‘Waar ze een enorme hekel aan heeft, zijn al die drugszaken.’ Het is zeker alweer vijftien jaar geleden dat een collega van de Universiteit van Amsterdam dat tegen me zei. Hij had het over zijn vrouw die rechter was. Misschien was dat wel het moment waarop ik me begon te interesseren voor de criminalisering van drugsgebruik. Er waren eerdere signalen dat daaraan iets niet deugde. Aan dezelfde universiteit leverde hoogleraar strafrecht Frits Rüter daarop al veel eerder kritiek. Later sprak ik over deze kwestie met een andere rechter en die bleek die drugszaken al even verschrikkelijk te vinden. Nog weer later bleek uit een enquête dat twee derde van de leden van de rechterlijke macht voor legalisering van softdrugs was en niet minder dan een kwart voor legalisering van alle drugs.

Gelukkig bepalen rechters niet wat wel en niet strafbaar is. Maar het is nogal wat als je als rechter iemand moet straffen voor iets waarvan je zelf vindt dat het niet strafbaar zou moeten zijn. Het is in ieder geval goed om het oordeel van rechters hierover serieus te nemen.

Toen kwam het gedoe met de bolletjesslikkers. Zelden verkeerde het parlement in een dergelijke staat van opwinding als toen bleek dat op Schiphol cocaïne uit Suriname en de Antillen door middel van ingeslikte bolletjes het land in werd gesmokkeld. Maar waar ging het om?

Het ging om het importeren van een stof waar sommige mensen plezier aan beleven. De meeste gebruikers van die stof gaan er op een beheerste wijze mee om en op een manier die hun dagelijkse functioneren niet hindert. Sommigen weten er minder goed mee om te gaan, maar dat geldt voor wel meer consumptiegoederen.

Kort na de opwinding over de bolletjesslikkers werd bekend dat uit dezelfde gebieden van waaruit de bolletjes naar Nederland worden vervoerd, ook wapens ons land worden binnengesmokkeld. Door de drukte over de bolletjesslikkers had men daar geen aandacht aan besteed. Nog weer enige tijd daarna vertelde een Nederlandse functionaris van een internationale organisatie die mensenhandel bestrijdt, dat de politie daar internationaal weinig aandacht voor heeft. De strijd tegen de drugs bleek ook in dit geval een hogere prioriteit te hebben.

Na het beëindigen van mijn betaalde beroepsloopbaan als hoogleraar milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam volgde een loopbaan als onbetaald hoogleraar die mij van de UvA naar de Vrije Universiteit bracht en vandaar naar de Universiteit Utrecht, waar ik sinds 2006 het vak sociologie en milieu doceer.

In de eerste onbetaalde baan bij het Oost-Europa Instituut van de UvA sprak ik veel over drugs met de daar werkzame Erik van Ree, die mooie artikelen over dat onderwerp had geschreven. Door het contact met hem werd ik, toen nog PvdA-lid, gevraagd om mee te werken aan een nota van GroenLinks over drugsbeleid, die op initiatief van de directeur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks, Caroline van Dullemen, werd geschreven. De titel en ondertitel van de nota lieten niets aan duidelijkheid te wensen over: Regulering van drugs voor een veiliger samenleving. Maak van drugs geen strafzaak. Onvergetelijk blijft het korte gesprek met een politieagent op het station Zuid-WTC in Amsterdam toen ik op weg was naar de presentatie van de nota in Nieuwspoort. Hij had er bij het nieuws al van gehoord en zei: ‘Meneer, over het algemeen heb ik het niet zo op die partij, maar nu zeggen ze iets heel verstandigs.’

De verschijning van de nota was aanleiding voor het organiseren van een congres van verschillende politieke partijen over drugsbeleid. Maar verder gebeurde er niets meer mee in GroenLinks, waarvan ik inmiddels lid was geworden. Vele malen drong ik, zonder succes, aan op overleg tussen de schrijvers van de nota en het partijbestuur. Ik sprak voor de afdeling Amsterdam van Dwars, de jongerenorganisatie van GroenLinks, en vroeg de vertegenwoordigers daarvan op overleg over dit onderwerp met het partijbestuur aan te dringen. Tevergeefs. Iemand uit de ‘inner circle’ van GroenLinks bevestigde wat me allang duidelijk was geworden: de partijtop wil geen fundamentele discussie over dit onderwerp in de partij.

Toen naderden de verkiezingen van 22 november 2006. Ik diende twee amendementen op het verkiezingsprogramma in:

• Het drugsbeleid dient niet gericht te zijn op het uitbannen van drugsgebruik, doch op het beperken van de schadelijke effecten van drugsgebruik voor anderen en voor de gebruikers zelf.

• Nederlanders worden niet vanwege drugstransacties die in Nederland plaatsvonden aan buitenlandse mogendheden uitgeleverd.

Beide amendementen werden door de afdeling Amsterdam van GroenLinks aangenomen, maar door de programmacommissie en daarna door het verkiezingscongres verworpen.

Toen was het genoeg geweest. Ik besloot de strijd met stellingen en amendementen te vervangen door de strijd met een boek. Een boek dat niet alleen maar uit stellige uitspraken van mij zou bestaan maar veel informatie over de sociale, historische en geografische context van drugsgebruik zou bevatten. Een boek gebaseerd op lezen en luisteren. Het resultaat volgt hierna.

Eerst wordt het verschijnsel drugs systematisch en vervolgens in geografische en historische context besproken. Daarna volgt de drugsbestrijding in verschillende landen en in internationaal verband. Aan Nederland is een apart hoofdstuk gewijd. Dan worden in afzonderlijke hoofdstukken de symptomen, de diagnose en de contouren voor de therapie van het verschijnsel drugsbestrijding besproken.

Bij het schrijven van dit boek heb ik gebruik mogen maken van de universiteitsbibliotheken van de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en de Universiteit Utrecht en bovenal van het Trimbos Instituut in Utrecht. Een lijst van personen die zo vriendelijk waren om mij te woord te staan, is achter in het boek opgenomen. De waarde van die gesprekken is niet beperkt gebleven tot wat ik er in de tekst uit heb geciteerd. De gesprekspartners ben ik zeer dankbaar voor hun steun.

Allard Plate, Lucas Reijnders, Louis Schoewert, Hans Vonk en Jos de Vries voorzagen mij van boeken, artikelen en krantenknipsels die mij zeer welkom waren.

Freek Polak, een van de auteurs van de genoemde nota van GroenLinks, voorziet mij al enkele jaren van een stroom van e-mailberichten waarvan ik bij het schrijven dankbaar gebruik heb gemaakt. Hij leende en schonk mij ook vele boeken en artikelen en gaf commentaar op eerdere versies van de tekst. Erik van Ree gaf commentaar op een eerdere versie, stelde mij allerlei publicaties ter beschikking en hielp me aan een tekst van Chroesjtsjov. Tim Boekhout van Solinge gaf me inzage in zijn drugsbibliotheek en gaf commentaar op een eerdere versie van de tekst. Daan Rosenberg Polak, redactioneel adviseur bij Mets & Schilt, voorzag de eerste versie van het manuscript van gedetailleerd en waardevol commentaar.

Ten slotte dank ik mijn collega’s van de studierichting milieuwetenschappen van de Universiteit Utrecht. Dit boek staat geheel los van het onderwijs dat ik daar verzorg en verschijnt op persoonlijke titel. Maar het vertoeven in hun omgeving in de periode waarin ik aan het boek werkte, heb ik als zeer stimulerend ervaren.

Tot slot: ik hou van de Nederlandse taal en heb citaten in andere talen vrijwel steeds in het Nederlands vertaald.

Het gebruik van drugs is een verschijnsel van alle tijden, maar de wereldwijde drugsbestrijding is pas ruim een eeuw geleden begonnen. In dit boek wordt de geschiedenis van de drugsbestrijding beschreven en een reeks van schadelijke effecten van die bestrijding, onder andere voor de rechtsorde en volksgezondheid, besproken. Het alternatief voor verbieden is niet vrijlaten, maar reguleren, waardoor respect voor persoonlijke vrijheid kan samengaan met het beperken van risico's.

Egbert Tellegen (Brielle, 1937) is socioloog en docent sociologie en milieu aan de Universiteit Utrecht. De tweede -digitale- uitrgave van dit boek (de eerste - papieren - druk verscheen in 2008) wordt ingeleid door Hans van Duijn, oud voorzitter van de Nederlandse politiebond en tegenwoordig actief in een internationale organisatie van duizenden personen uit de wereld van justitie en politie die zich verzetten tegen de criminalisering van drugsgebruik.

Lees alvast een fragment van het boek:Inkijkexemplaar

Specificaties

Betrokkenen

  • Auteur(s)Egbert Tellegen
  • UitgeverijDenuncio C.V.

Reviews

Het utopisme van de drugsbestrijding (E-book)
(0)
Schrijf als eerste een review!